De Delflandse trekvaarten

Herinneringen in het landschap en de steden

Het ontstaan

In 1645 verschenen in het gebied van Midden-Delfland de eerste trekschuiten met een vaste dienstregeling, een verschijnsel dat zich ook in andere delen van ons land voordeed. De trekschuit had op het zeilschip voor, dat men niet langer afhankelijk was van de wind. Moesten zeilschepen bij storm of tegenwind vaak blijven liggen, trekschuiten konden vrijwel altijd uitvaren en bovendien volgens een vast tijdschema. De trekschuit werd, zoals de naam al zegt, getrokken of gejaagd. Het jagen van de schuiten geschiedde met paarden, die vaak door jongens werden bereden. Voor de paarden werden langs de vaarroutes trekpaden of jaagpaden aangelegd. Meer dan twee eeuwen lang was de trekschuit een bekende verschijning. Met de opkomst van de stoomboot, de trein en het vervoer over de weg nam na 1850 de betekenis van de trekschuit belangrijk af. Toch zijn in Midden-Delfland enkele veerdiensten tot ver in de twintigste eeuw in de vaart gebleven.

Polderlandschap inspiratie voor kunstenaars

Tal van kunstenaars lieten zich door de jaren heen inspireren door het prachtige polderlandschap van Midden Delfland. Het is een bijzondere ervaring om onderweg de locaties, die op bekende schilderijen staan, tegen te komen. Enkele plekken zijn onveranderd, maar in een aantal gevallen zijn alleen enkele elementen overgebleven die ook op schilderijen staan. Dan is juist de verandering van het landschap waar te nemen aan de hand van het schilderij. Zo maakten kunstenaars Jan Hendrik Weissenbruch (1822-1880) en Johan Barthold Jongkind (1819 -1891) mooie landschapschilderijen en stadsgezichten van deze omgeving.

“Tal van kunstenaars lieten zich door de jaren heen inspireren door het prachtige polderlandschap”

Jongkind: de schilder van Midden-Delfland

Johan Barthold Jongkind (1819 -1891) is de kunstenaar bij uitstek die de trekvaarten van Zuid-Holland heeft vastgelegd. Hij heeft in het begin van zijn kunstenaarschap vele plekken al schetsend vastgelegd, reizend over en langs de trekvaarten van Den Haag, door Midden Delfland tot Maassluis, Vlaardingen en later in Overschie en Rotterdam. In een latere periode heeft hij dit nogmaals gedaan. Dankzij Jongkinds schilderijen hebben we een mooi beeld van het landschap vóórdat dit door de grote stadsuitbreidingen diepgaand werd veranderd.

Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij

In Schipluiden ligt over de Vlaardingervaart de trambrug, een schakel in het vervoer van de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij (WSM). De WSM werd in 1881 opgericht met als doel een netwerk van tramlijnen aan te leggen tussen Den Haag en een aantal Westlandse plaatsen. Het ging hierbij voornamelijk om personenvervoer, naast wat transport van goederen, post en bagage. De WSM profiteerde van de opkomst van de tuinbouw in het Westland en Midden-Delfland (Maasland en Den Hoorn). De veilingen kwamen aan de tramlijn te liggen, zodat de afvoer van de bederfelijke producten snel kon plaatsvinden.

Trambrug

De ijzeren trambrug over de Vlaardingervaart is van het type ‘boogbrug met trekband’ en is in 1911-1912 door Werkspoor in Amsterdam gebouwd, in opdracht van de WSM. De brug is in de fabriek reeds in elkaar gezet, zodat de opdrachtgever vooraf kennis kon nemen van de constructie. Het lijkt of er twee bruggen in elkaar zijn geschoven, maar het is een typisch voorbeeld van een zogenoemde ‘boogligger’. Sinds 1974 doet de brug dienst als fietsbrug in de route, die in de richting van Maasland over de voormalige trambaan loopt.

Jaagpaden

De trekschuitroutes tussen deze plaatsen waren in respectievelijk 1645 en 1654 in gebruik genomen. Tot 1871 maakten per dag ten minste zes trekschuiten met jaagpaarden vanuit Maassluis en twee vanuit Vlaardingen gebruik van deze vaarroute. De jaagpaden langs de Delflandse Trekvaarten zijn voor een groot deel nog goed zichtbaar in het landschap. Deze paden vormen de meest zichtbare herinneringen aan de trekvaartperiode. Fietsers en wandelaars maken er nog volop gebruik van.

Overgang naar andere vervoersmiddelen

Op 1 januari 1871 stopte de stad Delft met de financiering van de trekschuiten over de Vlaardingervaart en de Maassluizervaartals een vorm van openbaar vervoer. De opkomst van het landelijke spoorwegnet was hiervoor de belangrijkstereden. De Delflandse trekvaarten bleven nog lang daarna in gebruik voor vervoer van goederen. Het personenvervoer werd overgenomen door de WSM-tram, en later door busdiensten.

Monstersche Sluis in het hart van Maassluis

De Monstersche Sluis ligt in het midden van de historische binnenstad van Maassluis. De sluis,een rijksmonument,is in 2018 volledig gerestaureerd en weer in werking gebracht. Door heropening van de sluis is de waterverbinding met de buitenhaven, de Waterweg en met de vlieten in het achterland weer hersteld. Maassluis is omstreeks 1340 ontstaan, als de nederzetting ‘Maeslandsluys’bij een sluis in de Maasdijk.

Molens

Midden Delfland heeft 22 polders met 12 verdwenen watermolens en de nog bestaande korenmolen “’De Korpershoek’ in Schipluiden. De watermolens hielden de polders droog. Slechts enkele molens, waaronder de Groeneveldse Molen bij ‘t Woudt, zijn behouden gebleven. Op de plaatsen waar de grote watermolens stonden, zijn soms gemalen geplaatst. Deze zijn makkelijk herkenbaar, maar de andere plaatsen zijn niet altijd eenvoudig te vinden. Soms is vanaf het water een rooster van een uitlaat nog te zien. Vanaf de kant zijn vaak de molensloten nog te zien.

Producten en handel op de trekschuit

Naast personen vervoerden de trekschuiten goederen over het water. Dit kon tegelijkertijd, maar er waren ook goederendiensten voor producten, die apart vervoerd werden (zoals bijvoorbeeld vis omwille van de stank) of in veelvoud (zoals melk). Vee, fruit, groente, vis, tonnen, geld en brieven konden afgehaald worden bij de laad- en losplaatsen in de steden. Voor het afhalen van een deel van de producten was een bestelloon nodig: voor bossen bezems, klompen, manden met pijpen, granen, manden vis, kasten en stoelen. Ook haring maakte een belangrijk deel uit van de handel.

Recreatie op en om de trekvaart

Midden-Delfland heeft de recreant veel te bieden. Er zijn wandel-, fiets- en vaarroutes samengesteld. Centraal langs de Vlaardingervaart ligt grotendeels nog open landschap, zoals de Vlietlanden met hun polders en boezemlandjes. Cultuurhistorisch bezienswaardigzijn de historische kernen van Den Hoorn, Schipluiden, Maassluis en Vlaardingen. Langs de Delflandse trekvaarten zijn nog diverse details zichtbaar, zoals jaagpaden, naamverwijzingen, bruggetjes en rolpalen.

Trekvaart Haarlem - Leiden De blauwe ader in het landschap
De Vliet De intercity van de republiek
De Schie Stimulans voor handel en personenvervoer
Delflandse trekvaarten Herinneringen in het landschap en de steden