Trekvaart Haarlem - Leiden

De blauwe ader in het landschap

De trekvaart Haarlem – Leiden begint en eindigt bij de voormalige Zijlpoort aan de Zijlsingel in Haarlem. Bij deze stadspoort vertrok er negen keer per dag de trekschuit, die je in 4 uur naar Leiden bracht en vice versa. De Zijlpoort is in 1824 gesloopt om de stad ruimere toegangswegen te geven. In Leiden ligt het begin- en eindpunt bij de voormalige Marepoort. Er zijn door de tijd heen drie poorten geweest die deze naam droegen. De oudste stamde uit 1602. Bij de Korte Mare lagen de trekschuiten. De Marepoortsbrug en de Marekerk herinneren nog steeds aan de trekschuithaven. De Marekerk uit 1649 zier er nog hetzelfde uit. De trekvaart loopt van Haarlem naar Leiden langs Heemstede, Bennebroek, Vogelenzang, Hillegom, Lisse, Voorhout, Warmond en Oegstgeest.

Het ontstaan

In de 17de eeuw ontstond in Nederland een netwerk van trekvaartverbindingen tussen de steden. In 1657 lieten de steden Haarlem en Leiden samen de Leidsevaart, ofwel de Haarlemmertrekvaart, aanleggen die beide steden verbond. Deze waterweg van 28 kilometer lang werd in amper anderhalf jaar tijd aangelegd. Volgens een vaste dienstregeling werden via deze trekvaartverbinding in twee eeuwen tijd miljoenen reizigers vervoerd. Tegen het midden van de 19de eeuw streefde de trein de trekschuit voorbij en was het gedaan met deze wijze van vervoer. De trekvaart zelf ligt echter nog altijd als een ‘blauwe ader’ in het landschap.

Aanleg voor personenvervoer

De Trekvaart Haarlem-Leiden is in 1657 aangelegd in opdracht van de steden Haarlem en Leiden voor het vervoer van personen van stad tot stad. Uit beide steden vertrokken acht schuiten per dag plus een nachtschuit. In de trekschuit mochten geen goederen worden vervoerd. Daarvoor waren de beurtveren bedoeld. Op de andere Zuid-Hollandse trekvaarten was deze regel minder strikt.

De aanleg van de trekvaart duurde anderhalf jaar en werd in die tijd beschouwd als ‘een onmooglyk wonder’. De trekschuitdienst Haarlem-Leiden werd van 1657 tot 1860 geëxploiteerd door de steden Haarlem en Leiden gezamenlijk. In de twee eeuwen dat de trekschuit tussen Haarlem en Leiden op en neer voer zijn naar schatting 15 miljoen mensen vervoerd.

“"De trekvaart werd in die tijd beschouwd als een onmooglyk wonder"”

Geen beroepsvaart meer, alleen nog recreatievaart

Nadat in 1842 de spoorverbinding tussen Haarlem en Leiden in gebruik werd genomen, was het snel afgelopen met het trekschuitbedrijf. In 1860 werd de trekschuitdienst opgeheven. Vanaf dat moment had het goederenvervoer de trekvaart tot haar beschikking. De trekvaart werd volop gebruikt voor het vervoer van duinzand, dat werd afgegraven en voor groenten, fruit, bloembollen, mest en riet. Aanvankelijk gebruikte men vletten en kleine zeilschepen, die werden geboomd of ‘gejaagd’ vanaf het jaagpad op de oever. In de 20ste eeuw deden motorschepen hun intrede. Na de Tweede Wereldoorlog nemen vrachtwagens de functie van de scheepvaart over. Vanaf dat moment wordt de Trekvaart Haarlem-Leiden alleen nog gebruikt voor de recreatievaart.

Bollenvelden en bollenschuren

In de tweede helft van de 19de eeuw verplaatste de bloembollenteelt zich vanuit de omgeving van Haarlem naar het zuiden. De handel en export in bloembollen was enorm toegenomen en er was steeds meer ruimte nodig voor nieuwe teelgrond. Rond 1900 werden de kalkrijke binnenduinen bij Hillegom en Lisse afgegraven en zo ontstond de huidige Bollenstreek. De voormalige buitenplaatsen werden vervangen door kwekerijen. Vanaf ongeveer 1900 bouwden de kwekers speciale bollenschuren om bollen te drogen en bewaren. Toen bijna alle zandgrond voor de bollenteelt benut was, werden ook de veengronden rond de Leidsevaart en Haarlemmertrekvaart geschikt gemaakt voor bloembollenteelt. Daarom vinden we ook in de buurt van de trekvaart bollenvelden en bollenschuren.

Markeringspaal Halfweg

Bij de aanleg van de Trekvaart Haarlem-Leiden in 1656-1657 sloegen de landmeters van de steden Haarlem en Leiden een elzenhouten paal langs de trekvaart. Deze paal stond op de hoek van de Cromme Vaart, precies halverwege de trekvaart. Ten zuiden van de Delfweg in Lisse stond ook het huis Halfweg, waar paarden werden gewisseld en waar het administratiekantoor was. Vandaar dat het gebied hier nog altijd Halfweg heet. De markeringspaal gaf aan welk gedeelte van het 28 kilometer lange traject de stad Leiden moest onderhouden en voor welk gedeelte Haarlem verantwoordelijk was. Zo is het gebleven tot in de 21ste eeuw. De houten paal is in 1820 vervangen door een hardstenen paal waarin de stadswapens van Haarlem en Leiden uitgehouwen zijn. Nog altijd markeert deze paal Halfweg.

Kastelen, buitenplaatsen en landgoederen

In de 17de en 18de eeuw kochten rijke inwoners uit de steden grond in de binnenduinrand. Ze lieten daar een buitenplaats of landgoed aanleggen, waar ze de zomermaanden doorbrachten. De buitenhuizen hadden prachtig aangelegde tuinen met theekoepels en vijvers, stallen en koetshuizen. De eigenaren vermaakten zich er van mei tot oktober met hun vrienden en familie. De Trekvaart Haarlem-Leiden zorgde ervoor dat deze buitenverblijven niet alleen via de weg maar ook via het water bereikbaar waren. Nog altijd zijn langs de trekvaart nog vele buitenhuizen te vinden. Varend van noord naar zuid komen we achtereenvolgens onder andere de volgende buitenplaatsen en landgoederen tegen: Berkenrode, Ipenrode, Leyduin, Woestduin, Vinkenduin, Huis te Manpad, De Hartekamp, KeukenhofLeeuwenhorst en Oud-Poelgeest.

Tolhuis Oegstgeest

Langs de Trekvaart Haarlem-Leiden stonden oorspronkelijk twee tolhuizen, in Heemstede en Oegstgeest. Van die twee gebouwen is alleen het Tolhuis Oegstgeest nog over. Het tolhek met pilaren bij Heemstede is in 1928 afgebroken en verplaatst naar een nabijgelegen tennispark, waar het nog altijd dienst doet als toegangspoort. Bij het tolhek met de bakstenen pilaren met wapenstenen, moesten mensen die het jaagpad langs de vaart wilden gebruiken tol betalen. Het tolgeld diende als extra bron van inkomsten voor de trekvaartonderneming. Het in 1657 gebouwde Tolhuis Oegstgeest stond er na de Tweede Wereldoorlog vervallen bij. In 1998 werd het rijksmonument verkocht aan de Smitsloo Groep. Die liet het tolhuis en het tolhek volledig restaureren en vestigde er een restaurant en kantoren. Het bord met de toltarieven is bij de restauratie ook in oude staat hersteld.

De trekvaart nu, een aantrekkelijk recreatiegebied

In deze streek is het prima recreëren tussen het aanwezige erfgoed. De vele wandel- en fietspaden, de trekvaart, Ringvaart en nabijheid van de Kagerplassen geven een breed recreatienetwerk. Je recreëert langs molens, open groene landschappen en weidse bollenvelden. De trekvaart is geschikt voor pleziervaart, maar niet voor te hoge en brede boten (in verband met enkele vaste bruggen).

Trekvaart Haarlem - Leiden De blauwe ader in het landschap
De Vliet De intercity van de republiek
De Schie Stimulans voor handel en personenvervoer
Delflandse trekvaarten Herinneringen in het landschap en de steden